menu

Kot verhalen met Björn Peeters

Verbaas jezelf over de hilarische belevenissen van vijf studenten die hun eerste kot zoeken

Per 1 mei is iKot.be een samenwerking gestart met Björn Peeters. Björn Peeters heeft meer dan honderd boeken en kortverhalen in uiteenlopende genres geschreven. Tot zijn meest bekende werk behoren o.a. de Fantasy reeks Ictiluni, de Hartendiefjes serie en de Op Kot serie. De komende weken zullen wij gratis 5 kot-verhalen aanbieden op deze pagina, én Björn Peeters klapt uit de biecht over zijn eigen kot-ervaringen. Hieronder het eerste verhaal van Björn zijn eigen kot-avonturen:

Aangepast

Hoofdstuk 1

Kelly sloot haar ogen een moment, zich concentrerend op de zon op haar gezicht. Het was niet meer zo heet als de afgelopen dagen, maar toch warm voor zo vroeg op de ochtend te zijn. Alsof de hitte van de afgelopen dagen nog in de lucht hing.

Hopelijk piepte haar rolstoel niet meer zoveel als de afgelopen dagen.

Hoe het kwam leek niemand te weten. Maar telkens de temperatuur omhoog schoot, begon haar hoop ijzer op wielen te piepen. En niet zo'n beetje. Als ze rondreed keken alle mensen naar haar om, alsof ze als het een of ander onmens een biggetje aan het mishandelen was. En serieus, het klonk ook echt alsof er een big vastzat tussen haar wielen. En ze door verder te rijden biggengehakt aan het maken was.

Onmens dat ze was!

Haar moeder had er een hekel aan!

Heel de zomer lang had het moegetergde mens lopen zeuren voor een nieuwe rolstoel. Maar het was Kelly geluk om de aankoop van een nieuw voertuig nog met één jaartje uit te stellen. Haar moeder had geen gevoel van sentiment, dat was het probleem. In deze rolstoel had ze haar eerste kus gehad. Met haar vriendje op schoot. En toen waren ze achterover gevallen. Zij met haar levenloze benen de lucht in. Haar rok over haar hoofd en haar knalrode onderbroek als een vuurtorenlicht de lucht in.

Haar tongdraaiende vriend met zijn gezicht in de struiken.

Tienduizend omstaanders in een kramp omdat ze hun lach probeerden in te houden.

Happy times!

In deze rolstoel had ze samen met Emmy van de trappen bij de bibliotheek gereden. Zestien treden van pure doodsangst en hooggedoseerde adrenalineshots. Dat had haar een wiel gekost, en de bibliotheek een vuilnisbak. Gelukkig stond dat ding daar, of ze waren de straat op gereden. Nu was het enkel die bak vol besmeurde papiertjes van het hotdogkraampje verderop die op straat was gevlogen.

Dat had de postbode bijna een driedubbele hartaanval bezorgd.

En zijn busje had een noodlanding moeten maken in de gracht.

Maar het enige echt slachtoffer was Emmy, die onder de rolstoel was beland. Gekneusde ribben, en een rechter tiet die iets te veel tegenwerking van de stoepstenen had gekregen. Ze beweerde dat de rechter tiet nu nog altijd gevoeliger was dan de andere. Maar goed, het was de kick waard geweest.

En nu stond er een hellend paadje voor rolstoelen, wat ook kicken was.

Niet echt zoveel als met z'n tweeën van de trappen gaan, maar toch!

Misschien had dat avontuurtje er ook wel toe bijgedragen, dat haar ijzerwinkel op wielen nu piepte als de temperatuur ten noorden van vijventwintig steeg. Het rechter wiel (dat er was afgevlogen tijdens de impact tegen de vuilnisbak) reed nu nog steeds een beetje grappig. Maar sinds wanneer was dat een reden om een nieuwe te kopen! Als je alles weggooide dat een beetje stuk was, tja. Dan moesten ze haar ook maar meteen buitenzetten als de vuilniskar langskwam, niet?

Haar ouders hielden niet van dat argument.

De stem van de omroeper haalde Kelly uit haar gedachten. Ze opende haar ogen en hield een hand op tegen het zonlicht, zodat ze langs de sporen kon kijken. Uit welke richting kwam die trein nu ook alweer? Het was verdorie lang geleden dat ze hier de trein had genomen. En het was al zeker lang geleden dat ze het in haar eentje had gedaan. Dat had ook al tot protest van haar moeder geleid. Eerst die rolstoel en nu haar lieve en super kwetsbare dochter alleen naar de boze grote stad.

Geen wonder dat ze vanochtend al sherry zat te drinken.

Maar wat dan? Binnen enkele maanden zou ze op een kot in de stad wonen. Of in een kot. Hoe zei je dat ook alweer? Op kot zitten, of in een kot zitten? Maakt niet uit, het punt was dat ze zonder mama en papa in de stad zou wonen. Dus ze kon maar beter in haar eentje de trein kunnen nemen. Als ze dat al niet kon, hoe moest ze dan in vredesnaam overleven in de stad.

De trein was niets; echt een kunstje van niks.

Het knetteren van de elektrische bovenleidingen kondigde de komst van de trein aan.

Kelly keek om zich heen naar de man die met de brug op wielen kwam aanrijden. Ze had gebeld en er was haar beloofd dat hij er zou zijn. Maar nergens op het perron was een in fluogeel gehulde man te zien. En haar oren vinger niet het rammelen en daveren van de ijzeren oprijbrug op wieltjes op. Normaal hoorde je dat ijzeren gevaarte al van een kilometer ver aankomen rammelen. Maar het enige dat Kelly hoorde was een man met stropdas die probeerde een veel jongere dame te versieren.

Iets over vissen in zijn tuin, die ze eens zou moeten zien.

"Shit!" zei Kelly, toen ze de trein met een vaart het station zag naderen.

Zelfs als die fluo-man met zijn rammelende ijzerbrug nu kwam aanrijden, dan nog zou hij niet meer op tijd klaar zijn met het hele gevaarte opstellen. Nu had ze in haar tijd al heel wat treinen in haar eentje opgehouden. Minstens de helft van alle vertragingen van de treinen gebeurde in de weekends dat zij en haar vriendinnen met de trein op uitstap gingen. De soldenperiode in het bijzonder was een erg zware tijd voor pendelaars die aansluitende treinen moesten halen.

En dat was dan nog als er niets misliep!

Die keer dat ze met haar rolstoel vastzat in de deuropening van het compartiment.

De vertraging tot daar aan toe. Ze had een heel compartiment vol reizigers een uur lang gegijzeld en van de drie mannen die haar rolstoel probeerden los te krijgen, hadden er twee hun rug gekwetst. Niet de meest succesvolle treinrit, dat! Maar ook niet de minst succesvolle, moest worden gezegd. Al zou deze wel eens in de top drie kunnen komen, als ze zelf de trein op moest zien te raken.

Kelly keek om zich heen naar kandidaten om te helpen.

De trein kwam met krijsende remmen tot stilstand. Mensen stapten uit en baanden zich zonder van hun smartphone op te kijken een weg over het perron. Anderen stapten op en zochten een vrije plaats op de toch al redelijk volle trein. Kelly draaide als een gek aan de wielen van haar rolstoel. Haar ijzerwinkel op wielen schokte trillend en rammelend over het perron.

Naar de conducteur, die alweer op zijn fluitje voor het vertrek blies.

"Hé!" verhief Kelly haar stem. "Hé wacht, de meid op wielen moet ook mee!"

Ze bereikte de conducteur net toen hij de deuren sloot. Ze maakte een 'what the fuck?' gebaar toen hij haar door het raampje aankeek, en hij haalde verontschuldigend zijn schouders op. De trein kwam in beweging en Kelly staarde hem met open mond na terwijl hij met veel kabaal het station uit denderde.

Hoofdstuk 2

Het orkest van toeterende auto's was verontrustender dan Kelly had verwacht. Het leven in de stad was niet onbekend voor haar (ze ging er vaak genoeg winkelen, en uit eten). Maar ze was niet zeker of dit de studentenstad was waarover ze in de brochures had gelezen. Het was zeker niet de stad die ze had gezien toen ze op bezoek was geweest op de campus van de universiteit. Die bevond zich middenin een oase van groen, met een vijver vol leuke eendjes er vlakbij. De straten waar ze nu door hotste en botste, leken eerder decor van een post-apocalyptische wereld, waarin auto's de wereld hadden veroverd en mensen te voet (of op slechts twee wielen) het minderwaardige proletariaat waren.

Bomen of struiken waren er in de verte niet te zien (ze waren waarschijnlijk allemaal dood).

De voetpaden waren smal en elke derde steen was verzakt. Zo een hindernis vormend waar Kelly haar rolstoel omheen moest zien te sturen. Of ze riskeerde er met één wiel in te zakken. Wat er eerder al eens toe had geleid (zij het in een andere stad) dat ze tegen de zijkant van haar karretje viel. Waardoor het in slow motion omver kieperde. En ze van geluk mocht spreken als ze niet op straat belandde, en tot moes werd gemalen tussen de wielen van een auto.

Een beetje zoals de big tussen de wielen van haar rolstoel.

Wel ja, de ingebeelde big tussen haar wielen dan toch.

De meeste huizen waren oud en statig, en enkel te bereiken langs een stenen trapje van een drietal treden. Dat voorspelde weinig goeds voor het gebouw waar ze naar een kot ging kijken. En Kelly's vrees werd bewaarheid toen ze rammelend over een kasseienweg eindelijk haar bestemming bereikte. Een grijs en hoog stenen gebouw met een leuk figuurtje (smal, met een opzichtig balkon) verspreide per affiche aan de voordeur de aankondiging dat er studentenkoten te huur waren.

Betaalbare koten, leuke sfeer, ook voor gehandicapten!

Dat stond niet op de affiche, maar wel in de advertentie online.

Het moest gezegd worden dat er tegen de obligate stenen trap een plank lag. Kelly nam aan dat die moest dienen als bergopje voor rolstoelen. Al kon het ook zijn, te zien aan de staat van de plank, dat het ding ergens van een dak was gewaaid. En toevallig daar op de trap terecht was gekomen. Toen ze dichter bij kwam gehotst over de kasseien, begreep Kelly dat dit niet het geval was.

Er stond een pijl op, die naar boven (naar de deur) wees.

Daaronder stond (in fluogele verf) geschreven: GEHANDICAPTEN HIER!

"Oh leuk." zei Kelly. "Ze hebben het makkelijk voor me gemaakt."

Probleem was wel dat de hoek waarin de plank stond, niet bepaald toeliet om naar boven te rollen tenzij je klimhaken of een rolstoel met opgedreven motor had. Kelly had geen van beide, maar het was niet de eerste keer dat ze een steil opritje had bedwongen. Het was ook niet de eerste keer dat ze tijdens de beklimming achterover was gevallen. En door bezorgde omstaanders vanonder haar ijzerwinkel op wielen moest worden bevrijd. Maar aan pessimisme heeft alleen de begrafenisondernemer wat!

Kelly schakelde in achteruit (omgekeerd aan de wielen draaien, dus).

En botste meteen tegen een man met een krant aan.

"Godverdomme wat is dat hier?" riep hij uit.

Tot hij zag dat ze in een rolstoel zat.

En een strakke zomertop droeg.

Dubbele excuses en nederige buigingen volgden, en dan maande hij andere mensen in de buurt aan om voor haar aan de kant te gaan. Kelly bedankte de man met een glimlachje en nam afstand van het stuk hout dat haar brug omhoog naar een mogelijk kot vormde. Probleem was wel, dat het richting de straat wees. Een aanloop (hilarisch, die uitdrukking!) nemen over het voetpad was dus niet mogelijk. Een aanloop nemen over straat was dan weer zelfmoord.

Dus ze moest zoveel mogelijk snelheid maken over het voetpad.

Een haarspeldbocht maken, en proberen niet te veel snelheid te verliezen.

En dan met alle kracht die ze in haar magere kipfiletarmen had naar boven rollen.

Ze had het al eerder gedaan. Er was geen reden dat het haar nu niet zo lukken. Ze likte langs haar lippen en ademde een paar keer diep in. Een heleboel mensen op het voetpad stond nu aan de kant, en keek nieuwsgierig toe naar wat ze ging doen. Een dame vroeg of ze soms hulp nodig had, maar Kelly wees de hulp resoluut af en schudde haar door de zon rood aangelopen hoofd.

Ze kon niet elke keer om hulp vragen als ze naar binnen wilde.

Als dit haar kot zou worden, dan moest ze binnen kunnen.

Op eigen kracht.

Een laatste keer diep inademen. En GAAN MET DIE BANAAN! Kelly rolde zo snel als ze kon aan de wielen van haar rolstoel. Haar ijzerwinkel knalde over de kasseien. De big tussen haar wielen piepte in doodsangst (ai, die hitte dan toch!) en alles dat los zat rammelde. Wie nu voor haar wielen stapte, raakte zonder te stappen tot aan het andere eind van de straat.

Topsnelheid bereikt, vlak voor de plank!

Kelly gaf een ruk aan haar rolstoel.

Eén spannend moment lang draaide die op één wiel. Knalde de plank op. En rolde met behulp van Kelly's armkracht met een rotvaart de plank op. Bereikte de bovenkant, maar helaas! De vergissing die haar al meer dan eens fataal was geworden in vergelijkbare omstandigheden. Ze was vergeten kijken of de deur wel open was, en indien niet, of er voldoende plaats was voor haar rolstoel bovenaan de helling. Het was geen van beide in deze onfortuinlijke situatie.

De hele deur daverde toen Kelly er tegenaan knalde.

Een minder sterke deur was eruit gevallen en binnen in de hal beland.

Deze hield echter moedig stand (zij het met trillende ramen) en Kelly, slachtoffer van de zwaartekracht en de steile helling van de plank, bolde weer achteruit. Drie mensen probeerden haar tegen te houden, en ze belandden met zijn allen tegen een onvoorstelbaar overvolle vuilnisbak (alweer gered door een nederige dienaar der properheid!). Kelly was al blij dat ze niet op straat was gerold, maar de mensen die samen met haar tegen het vuilnis waren geknald, jammerden luid terwijl ze haar rechtop hielpen.

Het regende verontschuldigingen à la ARME MEID! en DIT ZOU TOCH NIET MOGEN!

Kelly wilde niets liever dan nog een keer proberen (wat lukt nou echt van de eerste keer?). Dit keer kon ze de klink van de deur vastgrijpen om te voorkomen dat ze achteruit bolde. Maar een man met een bananenschil op zijn schouder droeg haar naar boven (hand-op-de-billen-alarm!) en twee dames sleepten haar rolstoel langs het plankje met de pijl tot vlak voor de deur. Even later zat ze weer in haar ijzerwinkel maar dan in het halletje van het kotgebouw.

Naast een dikke dame, die met haar handen op haar hele brede heupen naar haar keek.

"Was jij dat tegen mijn deur?" verhief ze haar piepspeeltje-voor-de-hond-achtige-stemmetje.

"Ik heb uw advertentie online gezien." zei Kelly, zich plots bewust dat ze een papieren zakdoekje op haar schoot had liggen, dat ze nog nooit eerder had gezien. "Ik dacht eens te komen kijken, want er staat dat u ook mensen met beperkingen en zo voorts een kot verhuurt."

"Niet als het vandalen zijn!" piepte het dikke dametje

"Dat was een ongeluk, de deur was dicht en..."

"Is dat hoe je in een rolstoel bent belandt?"

"Nee, dat is eerder hoe ik eruit beland."

Het dikke dametje ademde zo diep in dat ze leek op te blazen als een ballon. Dan stapte ze achter een tafeltje dat opzij in het nogal triestige (en slecht verlichtte) halletjes was neergezet. Ze nam een pen ter hand en haalde een formulier tevoorschijn, met duizend en één invulvakjes. Ze smakte beide neer op de tafel en zei tegen Kelly dat ze het formulier moest invullen.

"Ik zou liever eerst de kamers bekijken." zei Kelly.

Het dikke dametje blies zichzelf weer op als een overmaatse pad, en blies dan luidruchtig uit.

Haar dikke hand schoot onder het tafeltje en haalde een sleuteltje uit een ladeblok. Ze opende een andere deur in het halletje en daarachter bleek een trap schuil te gaan. De trap was zo smal dat het dikke dametje aan beide kanten ervan tegen de muur schuurde terwijl ze naar boven ging. Geen wonder dat er geen decoratie ophing, dacht Kelly. Ze rolde haar rolstoel tot onderaan de trap, en riep naar boven.

"Hé, kan u eerst vertellen waar de lift is?"

"Een lift?" piepte het dikke dametje van bovenaan de trap. "Wat denk je dat dit is, een hotel?"

"Maar de advertentie zei dat er aangepaste voorzieningen waren voor gehandicapte mensen!"

"Natuurlijk!" piepte het dametje. "Achter die deur rechts kan je je rolstoel achterlaten!"

"Is dat de aangepaste voorziening?" vroeg Kelly. "Een berghok voor rolstoelen?"

"De trapleuning is ook vernieuwd." piepte het dametje. "Extra verstevigd!"

Met haar enige andere keuze om weer te vertrekken (en dan was ze voor niets tegen die voordeur aan geknald) opende Kelly de deur naar het berghok. Op de grond waren (met gele tape) verschillende vakken afgebakend om een geordende parkeerplaats te vormen. Enkele kleine vakken waren voorbehouden voor blindengeleidehonden. Dit bij wijze van het woord 'blinde hond' neergeschreven op een papiertje en vastgekleefd aan een waterbakje dat op de grond was neergezet. Op de kleinste plaats stond een paraplubak die voorzien was van een papiertje met de boodschap: 'manken-materiaal'.

Kelly parkeerde haar rolstoel in een van de daarvoor voorziene vakken.

Op haar billen over de grond schuivend bereikte ze de trap, waarna ze trede per trede zichzelf tot op de tweede verdieping hees. Om daar tot de conclusie te komen dat ze eigenlijk op de eerste moest zijn, omdat daar het dikke dametje was. Blijkbaar was het dametje daarnet even in een kamer, anders had ze haar wel gezien toen ze met haar kont door het halletje op de eerste verdieping schoof.

Weer naar beneden schuiven was echter makkelijker dan omhoog!

"Hier!" zei het dikke dametje, een rolstoel voor zich uit duwend.

Het was een bescheiden ding zoals je er wel eens in oude ziekenhuizen tegenkwam. De zitplaats had een bloedvlek. Het dikke dametje verzekerde Kelly dat die daar al zat toen ze hem kocht, en dat ze zich er dus geen zorgen om hoefde te maken. Omdat het vooruitzicht van op haar billen achter de dikke dame aan schuifelen ook niet aantrekkelijk was, hees Kelly zich in de rolstoel.

"Je ziet!" zei de dikke dame. "Alles is hier voorzien - maar durf het niet afbreken hé!"

"Ik zal mijn best doen." zei Kelly, terwijl ze de piepende rolstoel achter de dame aan rolde.

De kamer aan het eind van de donkere gang was bescheiden van omvang, maar dat scheelde weer werk om ze schoon te houden. Er stond een bureau met een stoel, en er was een wastafel. Maar veruit de grootste aandachtstrekker in de kamer was een oud ziekenhuisbed. Het dikke dametje illustreerde het nut van de optrekstang (inclusief oude ketting en grijphaak) door zich op het bed te leggen, en met haar hele gewicht eraan te hangen. Waardoor de optrekstang helemaal naar voren boog, en Kelly dacht dat ze zou breken en het dikke dametjes met een klap op haar kop uitschakelen.

"Zie je?" vroeg het dametje. "Zo kan je jezelf optrekken!"

"Ik weet wat een ziekenhuisbed doet." zei Kelly. "Ik heb er mijn grootmoeder het afgelopen jaar vaak genoeg in zien liggen. Maar thuis heb ik een normaal bed, en ik denk dat ik hier liever ook een bed heb dat geen jongens afschrikt. Al geeft het misschien wel een kick om een keer met een kerel die voor dokter studeert in zo'n bed te rollebollen." Kelly dacht een moment na, maar schudde dan toch beslist haar hoofd. "Als het eender is, heb ik toch liever een kamer met een normaal bed."

"Die kamers zijn voorbehouden voor de andere gehandicapten." piepte het dikke dametje.

"Kan ik ze toch niet even zien?" drong Kelly aan, en het dametje piepte een zucht.

Omdat het toch op hun weg lag, toonde ze Kelly meteen ook het toilet.

Het licht sprong pas aan nadat het dikke dametje enkele keren hard tegen de schakelaar sloeg. En zelfs dan sprong het maar flikkerend aan. Zodra het dikke dametjes uit de weg waggelde, reed Kelly de ruime toiletruimte binnen. Er was voldoende ruimte voor een rolstoel, dat in elk geval. Maar dat was alleen zo omdat één kant van de muur was uitgeslagen. De toiletruimte gaf daardoor toegang tot een andere kamer, enkel afgescheiden door een gordijntje dat eigenlijk voor een douche was bedoeld.

Kelly duwde het gordijntje opzij en zag een bed, bureau en kasten staan.

"Wordt deze muur weer hersteld?" vroeg ze aan het dikke dametje.

"Dan is er geen plaats meer voor rolstoelen!" piepte het dametje.

"Maar... vanuit die kamer kan je het toilet binnen kijken!"

"Helemaal niet!" zei het dametje. "Dat is een van de blindenkamers!"

Kelly voelde de nood om even een plasje te doen, maar besloot het op te houden. Ze zei tegen het dikke dametje dat ze zich had bedacht en de kamer toch niet wilde. Maar het dametje piepte dat ze nu evengoed de rest kon zien. Greep de rolstoel van Kelly beet, en duwde die vooruit. Kelly (die er een hekel aan had om gereden te worden, zeker als ze er niet om had gevraagd) probeerde de wielen van haar rolstoel tegen te houden, maar zonder succes.

"Deze kamer is ook leuk!" piepte het dikke dametje.

De leuke kamer in kwestie was ruimer dan de vorige die Kelly had gezien, maar daar was niets van te merken door al het hout. Het bureau, het bed en de kasten... het was allemaal omhuld met een hek van houten planken die tegen het meubilair waren getimmerd. Aan de vele krom geslagen nagels te zien had het dikke dametje zelf de hamer gehanteerd. Tussen het meubilair waren met hetzelfde goedkope hout (en evenveel krom geslagen nagels) hekken getimmerd. Tussen de hekken waren er op die manier gangpaden ontstaan die vanaf bed naar kast, en van kast naar bureau leidden.

"Laat me raden..." zei Kelly, rondkijkend. "Dit is een van de blindenkamers?"

"De andere wordt ook zo gemaakt." piepte het dikke dametje, en ze stapte de kamer binnen. Net zoals toen ze de trap opging, wreef ze aan beide kanten met haar lijf tegen de zijkanten. In dit geval niet de muur, maar de gammel getimmerde hekken. Het hout kraakte en boog meteen opzij, maar het viel als bij wonder niet omver. "Zo kan de blinde niet verloren lopen in zijn kamer." piepte het dametje en ze deed haar ogen even dicht om het te demonstreren.

Ze tastte wild met haar handen in het rond.

"Ik heb geen blinde vrienden." zei Kelly. "Maar euh..."

"Meisjes zonder benen kunnen hier ook logeren." piepte het dametje. "Kijk, ze kunnen steunen op het hek en de kamer rondlopen. Het hek kan ook dienen om kleren op te hangen. En als ik nog wat hout over heb, dan maak ik schappen die je eraan kan hangen. Handig voor boeken. Ook handig als er een blinde op bezoek komt. Misschien leer je wel een blinde jongen kennen, niet?"

"De meeste jongens worden verliefd net omdat ze mij kunnen zien."

"Ooh!" de dikke dame snoof luidruchtig. "Opscheppertje, he?"

"Ik heb het contract voor gehandicapte meisjes nagelezen, en er staat nergens in dat ze niet mooi mogen zijn of zichzelf lelijk moeten vinden. Er staat wel in dat ze hun tijd niet moeten verspillen aan kamers die ze toch niet willen huren. Dus als u me nu wilt excuseren, dan schuifel ik de trap weer af en ga in de gehandicapten-parkeer-kamer mijn rolstoel halen. Hij staat niet graag ergens in zijn eentje, en ik wil hem geen verdriet doen nadat hij me al zoveel plezier heeft bezorgd."

"Plezier in een rolstoel?" piepte het dikke dametje

"Ja, de mijne heeft een ingebouwde trilfunctie." zei Kelly.

Dat grapje bracht de jongens in haar school altijd aan het lachen (de meisjes ook, al bloosden die soms alleen maar). Het dikke dametje trok alleen een gek gezicht, en zei dan dat ze nog andere kamers had om te tonen. Ze stak haar dikke handen uit maar Kelly was sneller. Ze rolde zo snel ze kon met de bebloede rolstoel door de gang. Voor ze de trap bereikte, stropten de wielen van de rolstoel echter op het tapijt. De rolstoel remde met 100% efficiëntie, en Kelly duikelde een kamer binnen.

"Kom eens naar de badkamer kijken... die is perfect!" zei het dikke dametje.

Ze nam Kelly bij haar voeten en sleepte haar een aangrenzende kamer in.

De badkamer was ruim (en zonder uitgebroken muren) met een ruime jacuzzi. Kelly vergat voor een moment dat ze op haar rug door de gang was gesleept. Ze ging rechtop zitten. Leunde voorover op het bad. En bewonderde de mogelijkheden die de glanzend witte kuip bood. Ze had al lange gedacht dat seks in een bad de moeite van het uitproberen waard was. De badkamer van haar ouders had niet de deugd van privacy, en het personeel van het gemeentelijke zwembad fronste op gefrunnik in en uit het water (en de kleedkamers!). Deze koninklijke badkuip bood perspectief, in elk geval.

Erin en eruit raken (in het bad, dan) was natuurlijk niet zo simpel.

"Heeft u een opstapje om in en uit bad te raken?" vroeg Kelly.

"Beter!" piepte het dikke dametje, en ze wees op een plastic bakje naast het bad. Het hing tegen de muur en deed Kelly verdacht veel denken aan een deurbel. Dat bleek het ook te zijn, want toen het dikke dametje haar duim tegen het knopje duwde, klonk beneden een bel. "Uitkleden, in bad helpen of weer uit bad halen, afdrogen, alles dat je nodig hebt..." zei het dikke dametje. "Eén keer bellen en mijn man komt naar boven om te helpen."

"Waaaaat?" zei Kelly.

"Iemand hulp nodig met het bad?" klonk het achter haar.

Een man (nog dikker dan het dikke dametje) stond in de deuropening. Met zijn scheerapparaat in de hand, en zijn baard half afgeschoren. Zijn reactietijd was indrukwekkend, dat wel. Hij had zelfs de moeite niet genomen om een broek aan te trekken. Hijzelf zag het niet omdat zijn buik erover heen hing. Maar Kelly (die van onderaf keek) zag dat hij zijn onderbroek achterstevoren aanhad. Misschien had hij die nog snel aangetrokken voor hij kwam.

Wat de vraag opriep: wat was hij van plan te scheren als zijn baard af was?

"Als het niet erg is..." zei Kelly, nu ook met piepstemmetje. "... denk ik er nog eens over na."

"Jij je zin!" piepte het dikke dametje. "Maar wacht niet te lang, deze kamers gaan snel!"

Hoofdstuk 1

De lobby van het gebouw was sneeuwwit geschilderd, met enorme lampen die aan stalen kabels vanaf het plafond hingen. Misschien wat te modern om mooi te zijn, maar het gebouw had een lift. En elk van de zeventien verdiepingen in de nagelnieuwe toren was daarmee bereikbaar. Niet op je billen trede per trede naar omhoog wippen. Of naar beneden botsen. Geen parkeerplaatsen voor rolstoelen; die mocht je gewoon mee naar boven nemen en in je kamer laten staan.

En de kamers waren zonder assistentie van onderbroekmannen.

Daar was de dame aan de receptie heel duidelijk in.

Al keek ze nogal verbaasd over de vraag.

Kelly legde het clipboard met de in te vullen documenten op haar schoot. Wierp even snel een blik op de prijslijst (ahem, nieuw was niet goedkoop!) en besloot na even dat het nog net kon. Ze keek de vriendelijke dame van de receptie aan, en vroeg of ze de kamers eens mocht zien.

"Uiteraard." zei ze de dame, en ze nam een sleutelbos met tienduizend sleutels aan.

Die rammelde niet eens, omdat de sleutels zo dicht op elkaar gepakt waren.

"We hebben in totaal honderdzeventig koten in dit gebouw, waarvan twintig die aangepast zijn aan studenten met specifieke lichamelijke noden, zoals uzelf. We hebben drie prijsklassen van kot voor de andere, maar de aangepaste koten zijn er maar in twee prijsklassen, zoals u kan zien op de papieren die ik u heb gegeven. Zal ik u de beide typen kamer tonen, of weet u al zeker dat u een van beide niet zal huren? De prijs verschilt natuurlijk niet zo heel veel, maar het is toch wel iets. Wat denkt u, zal ik de beide kamers tonen?"

"Geen van die beide, bedankt!" zei Kelly. "Ik wil alleen de andere kamers zien."

"U bedoelt de kamers die niet aangepast zijn aan speciale noden?" vroeg de dame.

"Die bedoel ik!" zei Kelly, en ze draaide haar piepende rolstoel in de richting van de lift.

"Dat kan natuurlijk wel." zei de dame van de receptie. "En u bent natuurlijk niet verplicht om de kamers met aangepaste voorzieningen te huren. Maar ze zijn niet duurder dan vergelijkbare kamers die de voorzieningen niet hebben. En met de lift komt u overal in het gebouw, vanzelfsprekend. Maar het heeft voor iemand zoals u toch wel voordelen als u een aangepaste kamer heeft, denk ik."

Kelly schudde haar hoofd en rolde zichzelf richting de lift.

"Nee bedankt!" zei ze. "Ik heb daarnet al de meest aangepaste kamers van heel de stad gezien, en heb besloten dat ik liever zelf een paar oplossingen bedenk." Ze drukte op het knopje van de lift en de deuren schoven meteen open. De dame van de receptie volgde Kelly wat verbouwereerd de lift binnen en keek Kelly toegeeflijk maar duidelijk een beetje in de war aan.

"Als u dat echt wilt..." zei ze.

"Heeft u nog iets met een mooi uitzicht?" vroeg Kelly.

"U bedoelt iets op de bovenste verdiepingen van het gebouw?"

"Ja." zei Kelly. "U begrijpt dat ik in mijn toestand zelden een goed uitzicht heb."

De dame van de receptie grinnikte heel even, maar herstelde zich snel door de rest van haar lach in te slikken en (heftig blozend) haar gezicht in een serieuze plooi te strijken. Kelly grijnsde om haar eigen grapje en de liftdeuren sloten voor haar breed grijnzende gezicht, terwijl ze de dame van de receptie vroeg of het oké was om jongens op haar kamer uit te nodigen.

© BJÖRN PEETERS Dit kortverhaal maakt deel uit van de OP KOT reeks van Peeters Bjorn en wordt gratis aangeboden aan de bezoekers van iKot.be. Alle personages, plaatsen en gebeurtenissen in dit kortverhaal zijn fictief; elke gelijkenis met echte personen, plaatsen en gebeurtenissen is toevallig. Alle rechten voorbehouden.