menu

Kot verhalen met Björn Peeters

Verbaas jezelf over de hilarische belevenissen van vijf studenten die hun eerste kot zoeken

Per 1 mei is iKot.be een samenwerking gestart met Björn Peeters. Björn Peeters heeft meer dan honderd boeken en kortverhalen in uiteenlopende genres geschreven. Tot zijn meest bekende werk behoren o.a. de Fantasy reeks Ictiluni, de Hartendiefjes serie en de Op Kot serie. De komende weken zullen wij gratis 5 kot-verhalen aanbieden op deze pagina, én Björn Peeters klapt uit de biecht over zijn eigen kot-ervaringen. Hieronder het eerste verhaal van Björn zijn eigen kot-avonturen:

Hoofdstuk 1

Chloe sloot een moment haar ogen, en concentreerde zich op iets beters. Niet op warm zweet dat in dikke druppels over haar hals, armen en benen naar beneden liep. Niet op warm zweet dat samenkwam bij haar kin en vanaf daar een klein druppelplasje op de vloer tussen haar voeten veroorzaakte. Nee, ze zou er niet aan denken. Ze dacht aan de koele zeebries die ze op haar getrainde lichaam zou voelen, wanneer ze binnen enkele dagen aan de kust verbleef. En ze beeldde zich in dat de zon die door het raam van de heen en weer schuddende trein viel, en tussen de hoofden van haar opeengepakte medereizigers op haar zachte huid scheen, de fijne zon op een wijds en open strand was.

Hatsjie!

Chloe hield haar adem in en opende ontzet haar ogen.

Was het echt gebeurd. Had iemand net in haar nek geniesd?

Was het nu niet enkel zweet dat ze over haar nek in haar bloes voelde glijden, waar het haar beste bh naar de duivel hielp... was het werkelijk spuug dat ze voelde? Oh God! Hoorde ze die onbeschofterik daar nu snuiven alsof hij wenste een zakdoek bij de hand te hebben? Oh God, laat het enkel spuug zijn dat ze nu in haar nek voelde. Almachtige heer in de hemel, die haar niet zou straffen door iemand snot in haar nek te laten niezen. Almachtige heer, behoed meisjes die niets gemener doen dan een hatelijke sms sturen, voor zulke vernederingen. Behoed hen voor het snot van medepassagiers! En behoed hen zeker voor snot op plaatsen waar ze er amper bij kunnen om het af te kuisen, zoals wegzakkend over hun rug!

"Excuseer..." hoorde ze een man achter zich mompelen.

Gevolgd door iets ruw en vochtig dat over haar nek werd bewogen.

Oh God, was die smerigaard haar nek aan het schoonvegen? Met zijn zakdoek?

Indien ze het had gekund dan had Chloe zich omgedraaid, en had ze die viezerik zijn zakdoek doen opeten. Of als hij het liever had, dan had ze hem in zijn neus geramd. Een kant van de zakdoek in elk van zijn neusgaten, zodat hij niet nogmaals een meid die helemaal niets mis deed (helemaal niets, God!) op een snotfestijn in haar nek trakteerde. Helaas was dat even onmogelijk als doen alsof ze helemaal niets in dikke, smerige druppels over haar rug voelde wegrollen. Er stonden zoveel mensen in het halletje van de trein (een soort oven op wielen, vandaag) dat bewegen nooit echt vrijwillig gebeurde. In elk geval niet voor meisjes die maar een meter vijftig waren, waardoor de meeste mensen het niet eens zagen als ze in het midden van een groepje stond (bedankt hoor, God!) en gezegend waren met een figuurtje dat andere mensen deed denken dat naar de universiteit gaan tijdverlies was (waarvoor nogmaals bedankt, almachtige heer die alles beslist, en lieve meiden snot in hun nek laat krijgen!).

Lieve meisjes net zo klein en fijn als zij, die WERDEN bewogen in een overvolle trein.

Als om het punt te illustreren, bewoog de boom van een man die al tien minuten naast haar stond een halve stap naar links (meer was niet mogelijk) en duwde haar een halve stap harder tegen de dame met een gerenoveerd balkon, die naast haar stond te telefoneren. Chloe verzette zich niet eens tegen het zachte duwen van de man, want het had toch geen zin. Met haar kippenfilet armen en idem benen, was het even zinvol om zich tegen de naar aftershave ruikende boom te verzetten, als om uit de trein te klimmen en hem op de rails tot staan te brengen om een of ander ongeluk te voorkomen. Ze was niet supervrouw! Als een vent van zo'n kaliber besloot om haar van de grond te tillen, en in zijn aktetas te steken voor een tussendoortje op het werk, dan kon ze alleen maar vragen om het luikje open te laten, zodat ze tenminste nog wat frisse lucht kreeg in haar zwarte lederen gevangenis.

Verzet was zinloos; en dus werd ze tegen de balkonrijke dame aan geduwd.

Het gesprek aan de telefoon ging over een afspraak bij de dokter, voor een nazicht. Chloe kon zich op dat moment niet voorstellen dat de dame om een andere reden naar de dokter ging, dan om hem naar haar uitgebouwde gevel te laten kijken. Wie weet kwam ze maar net terug van zijn kabinet van schoonheid en was zij, Chloe, de eerste die het resultaat van dichtbij mocht bewonderen. Wel, met haar hoofd tegen de recent gerestaureerde gevel gedrukt staande, kon ze getuigen dat het geheel stevig was en niet snel onder de enthousiaste inspectie van appreciërende handen zou bezwijken.

En zweten deden ze zoals iedereen in het halletje; door haar maatje-te-kleine-bloes heen.

Waarom toch God? Had ze gevraagd om vandaag een koppel gerenoveerde tieten te mogen voelen?

Was dit haar straf, omdat ze gisteren dat artikel over borstimplantaten had gelezen? Wat dit een hint dat ze tevreden moest zijn met haar eierdopjes vullende tieten? Was dat het? Was dit een les die haar moest overtuigen om nooit meer over een borstvergroting na te denken? Als dat zo was, waarom had ze sinds de trein uit het station was vertrokken, dan ook al drie verschillende piemels van tegen haar aangedrukte en oververhitte medepassagiers voelen opkomen en weer neerdalen? Wat moest ze daaruit leren? Dat het niets was om bang voor te zijn? Dat ze haar vriendje dan maar gewoon zijn zin moest geven, zodat hij zijn ding in haar kon steken en zijn nummertje doen? Was dat de les? Wel, wat was dan al die nonsens die ze haar al jaren vertelden over je maagdelijkheid bewaren tot je bent getrouwd?

Of was dit allemaal maar een misverstand?

Oh God, hoe ver was het nog tot aan het station?

Indien het nog heter werd in de trein, dan vielen er vast doden.

Wel, ze zouden niet vallen. Ze zouden hoogstens tegen de anderen aanleunen

Voor vallen was er geen plaats; net zomin als er plaats was voor piemels om discreet te stijven.

"Het meeste is eraf, denk ik." mompelde de man achter Chloe, na een allerlaatste zakdoekveeg.

"Fijn hoor!" zei Chloe onder haar adem. "Ik hoop dat je straks op het spoor valt! Gehoord, God?"

Ze betwijfelde of de almachtige haar dat plezier zou gunnen. Want hij was vandaag duidelijk niet in een bui waarin hij meisjes die Chloe heten en een kot moeten zoeken, plezier wilde doen. Ho! Was dat een hand op haar been? Hela mijnheer hand! Waar denk je dat jij naartoe gaat? Chloe draaide zich zo goed als ze kon naar de richting van waaruit ze dacht (gokte, meer) dat de hand kwam. Een jongeman die eruit zag alsof zijn moeder hem was vergeten op te voeden, keek haar schaapachtig aan. Dan excuseerde hij zich, en de hand op haar been zag af van de reis die hij was beginnen ondernemen.

"Ik wilde mijn portefeuille nemen." zei de jongeman, als excuus voor een verontschuldiging.

"In mijn ondergoed?" snauwde Chloe, en ze keek tot de jongeman zijn ogen afwendde.

"God!" mompelde ze onder haar adem, terwijl de trein heen en weer schudde. "Als je wilt dat ik naar de universiteit ga om Uw woord te bestuderen, waarom dan dit? Welke zonde heb ik begaan, dat ik niet naast een lief moedertje en haar kinderen in de trein mag staan? En waarom schijnt de zon alsof het uw plan is om alle water in de hele wereld te verdampen, en rozijnen van ons allemaal te maken?"

De Heer gaf niet thuis, en antwoord bleef uit (dat was niet de eerste keer).

Maar de trein kwam tot stilstand en de stem van de conducteur schalde door het halletje.

"Dames en heren, door onvoorziene omstandigheden moet de trein hier een tijdje halt houden."

Hoofdstuk 2

Chloe knielde op de koude stenen, en liet zich voorover vallen vlak voor het verhoog vanwaar de pastoor later die avond zijn mis aan de merendeels lege kerk zou opdragen. Chloe mompelde een kort gebed, met het uitdrukkelijke (!) verzoek om de rest van haar dag niet dramatisch te laten verlopen. In de stilte van de immense kerk leken zelfs haar gemompelde woorden te weergalmen. Chloe bedacht zich dat als De Heer haar nu niet hoorde, wanneer ze in zijn eigen huis op haar knieën zat te smeken, het haast niet anders kon dan dat hij met zijn hoofdtelefoon op naar hemelse muziek zat te luisteren.

Dat begreep Chloe best wel; tenslotte wilde iedereen altijd maar dingen van hem.

"Maar ik zit hier echt in de rats, oh Heer! zei ze, met haar blik opgeslagen.

Het licht van de zomermiddag viel schitterend door de glasramen, alsof ze de komst van de hemelse Heer zelf aankondigden, maar zo prachtig als het licht de ramen in vuur en vlam leek te zetten, zo zacht en zwak was het wanneer het de rijen van houten banken beneden in de kerk bereikte. Maar was het niet altijd zo, dacht Chloe, met haar blik gericht op de in lichterlaaie staande ramen. Het glorieuze licht van onze Heer bereikt slechts ten delen de aardse wereld. Enkel in de hemel zelf was het in zijn volle glorie te aanschouwen. Enkel in de hemel zelf, verdreef het licht van de Heer alle problemen en verdriet.

In de hemel, vond een vrome meid vast meteen een leuk en betaalbaar kot!

Misschien was dat wel het probleem.

Misschien gunde de Heer haar wel een fijn kot, maar was de wereld daar beneden te stom en veel te weerbarstig om de glorie van zijn zegening te kunnen aanvaarden. Misschien was het niet zijn fout, maar die van de spoorweguitvinders, dat de mechanismen van de wissels niet bestand waren tegen de felle hitte van de zomer? Chloe besloot om dat te geloven, en daarmee was de kous voorlopig af. Maar nadat ze haar laatste amen en bedankje had gepreveld, stond ze niet meteen recht van de koude stenen.

Het was koel en stil in de kerk, en de verlokking van beide was groot.

De airconditioning van steen en schaduw stond altijd aan, in het huis van de Heer.

"Kon ik maar een kamertje in Uw huis huren." zei Chloe, terwijl ze haar ogen een tocht liet maken over de pracht en praal van de stenen ornamentering en de vele vrome schilderijen waarmee de pastoor het huis van de Heer had ingericht. "Ik zou de vloeren van Uw huis kunnen schrobben, want dat doet u toch niet zelf. Ik zou de uitgebrande kaarsen uit de rekken kunnen halen, en de prijs die u aanrekent voor nieuwe verhogen, zodat u zichzelf eens nieuwe banken kan veroorloven. En als dat een probleem is, laat ik mijn meest in stof beperkte nachtkleedjes wel thuis, al zou ik er enkel in rondlopen nadat ik de deuren van Uw huis heb gesloten, en er geen gelovigen meer door uw ontvangstkamer dwalen!"

Voetstappen deden Chloe omkijken, maar ze zat nog steeds geknield op de stenen vloer.

Een man met een witte baard als de kerstman kwam op haar toe gestapt, gekleed in het zwart en wit dat de Heer voor zijn huisgenoten had uitgekozen. Chloe keek naar het kruis dat de pastoor meesleepte en verbaasde zich met bewondering over de enorme omvang ervan. Waarom de Heer had besloten om deze arme man te belasten met zo'n zwaar kruis, begreep ze niet. Wat had hij er tenslotte aan? Een klein kruisje was even nuttig geweest, of niet?

Een buitensporig ding als dat zou enkel maar tot pijnlijke klachten leiden.

Rugklachten in het bijzonder; al had zijn nek vast ook te lijden onder het gewicht.

Chloe verbaasde zich geheel niet over het feit dat de pastoor voorovergebogen liep, en ze vroeg zich af of het koordje waarmee hij het Kruis Gods rond zijn hals droeg niet reeds was gebroken. Had deze weledele dienaar van de Heer zich soms vergist? Had hij het kruis dat vooraan in de kerk hoorde te staan om zijn nek gehangen, en het kleine houten kruisje voor rond zijn hals daar opgehangen?

Chloe keek om, naar vooraan in de kerk.

Het kruis daar was nog indrukwekkender dan dat van de pastoor.

Rechtop in al zijn glorie, en glimmend schoon gewreven door de misdienaars.

"Kan ik van dienst zijn, kind?" schalde de stem van de pastoor van tussen de houten banken.

"Dat hangt ervan af!" zei Chloe, terwijl de pastoor schuifelend dichterbij kwam. "Heeft u een kamer die u wilt verhuren aan een meid die theologie wil studeren, maar moeite heeft om een plaats te vinden waar ze 's nachts haar hoofd kan neerleggen? Ik ben bereid om ervoor te werken, en u zal zien dat ik net zo toegewijd kan zijn aan u als aan onze Heer zelf. Thuis heb ik jaren de vloer geschrobd en ik kreeg er al die jaren nooit wat voor in ruil. Hier zal ik harder werken dan ik ooit deed, als ik daarmee vermijd dat ik zo meteen weer de wereld van snot niezende en portefeuille zoekende mannen moet trotseren."

De pastoor kwam bij haar staan, en keek haar een beetje verward aan.

"Wat bedoel je daar precies mee, kind?"

"Laat maar." zei Chloe. "Heeft u een kamer te huur?"

"Nee, helaas niet." zei de pastoor, in zijn witte baard krabbend.

"Och." zei Chloe, en ze duwde zich recht van de grond. "Dat dacht ik al wel."

"Al dat ik kan aanbieden." zei de pastoor. "Is de kamer waar ik zelf verblijf, en mijn eigen bed."

"Nee dank u." zei Chloe, en ze haastte zich langs de pastoor heen. Ze wilde best wel intiem leven met de Heer, maar niet met zijn dienaren. "Toch bedankt!" zei ze over haar schouder, waardoor ze net op tijd zag dat de pastoor zijn handen naar haar uitstak. Ze kon voorkomen dat hij haar bij de pols greep en versnelde haar pas richting de uitgang. "Tot ziens!" zei ze, maar dat weerhield de pastoor er niet van haar achterna te stappen, en haar met onheilige stem te verzoeken om de kwestie te bespreken.

"Kom eerst de kamer bekijken!" zei de baardige dienaar. "Het bed is ruim, en de dekens warm!"

"Nee dank u!" zei Chloe, en ze haastte zich met luid weerklinkende stappen naar de uitgang.

Het was een geluk dat de pastoor gehinderd werd door zijn zware kruis, anders had hij haar misschien te pakken gekregen voor ze de kerk uit was gevlucht. Nadat ze de drukke straat had overgestoken (het scheelde niet veel of die ene bus had haar met exprespost naar de Heer toegestuurd) verschuilde ze zich voor de zekerheid in een taverne en staarde vanachter een tafel door het raam. Ze wist het! Die idioot gaf niet zo makkelijk op! Zie hem daar aan de deur van zijn kerk staan, zijn ene hand op zijn kruis en zoekend om zich heen kijkend of hij haar nergens tussen de voetgangers kon ontdekken.

"Ik zal maar even hier blijven." mompelde Chloe, en ze verdween dieper in de taverne.

In een donker hoekje waar ze vanaf de straatkant niet meer te zien was, plofte ze zich op een stoel.

Met haar ellebogen op het nette tafeltje met zijn nette tafelkleedje, vouwde ze haar handen naar de hemel en richtte een smeekbede aan de Heer. En ook een klein dreigement, wat niet geheel onterecht was gezien hoe haar dag tot nu toe was verlopen.

"Heer!" mompelde ze. "Verlos mij van deze dag, of ik verlos mijzelf van uw geloof!"

De Heer gaf nog steeds niet thuis, maar een kelner kwam naar haar toe en vroeg wat ze wilde.

Een betaalbaar en fijn kot (zonder pastoor!) had hij niet op voorraad, dus vroeg ze maar om melk.

Terwijl ze wachtte op haar melk, hield Chloe haar hoofd laag bij de nette tafel, en nam zich voor om het nette tafelkleed over haar hoofd te trekken (of beter haar lichaam?) als de pastoor door het raam kwam loeren. Een dame die naast haar koffie zat te slurpen van haar klein kopje, keek alsof ze iets vies rook en wierp vervolgens een blik op Chloe, die verontschuldigend glimlachte.

"Het is heet buiten." zei ze, waarop de oude dame een wenkbrauw optrok.

"Jouw zweet ruikt als een hond die al even dood is." zei de dame, en ze leek het te menen.

"Het is niet echt allemaal mijn zweet." zei Chloe, zacht zodat haar stem niet tot buiten te horen zou zijn (de voordeur stond open omwille van de hitte). "Het meeste ervan is mannenzweet, en dat ruikt nou eenmaal wat pikanter dan dat van mij. En dan heb ik het nog niet eens over de spuug en het snot waarop ik vandaag ben getrakteerd."

De dame keek geschandaliseerd, en maakte zich met haar nette kopje koffie uit de voeten.

"Volgens mij heeft ze dat niet begrepen zoals ik het bedoelde." jammerde Chloe onder haar adem.

De kelner kwam met stijve ooievarenstappen naar haar tafeltje toe gestapt, maar hoewel hij het glas melk waar ze om had gevraagd in zijn hand hield, zette hij het niet neer. In plaats daarvan vroeg hij haar om buiten op het terras plaats te nemen, waar de stank van tien mannen niet alle klanten uit de zaak zou wegjagen, en al zeker niet de deftige dames.

"Op het terras zitten is niet veilig." zei Chloe, met een blik door het raam.

"Een losbandig leven leiden ook niet." zei de kelder. "U went er vast snel aan."

Chloe deed haar best om naast de kelner te kijken, zodat ze kon inschatten of de kust veilig was. De toegewijde kelner kwam echter steeds weer voor haar staan om zijn punt te maken (blijkbaar dacht hij dat ze niet begreep wat hij precies bedoelde). Uiteindelijk stond ze recht maar net dan zag ze de pastoor langs het raam slenteren, zijn kruis in beide handen voor zich uit houdend alsof hij geloofde dat dit hem naar haar toe zou leiden. Chloe dook aan de kant zodat hij haar niet zou zien. Behalve aan de kant dook ze ook in de weg van een jongedame die gehaast drie kommen soep naar een tafeltje deftige dames bracht. Chloe maakte kennis met de hete soep, en wapperde zo intens met haar handen naar haar twee kleine en nu veel te hete borsten, waardoor iedereen ernaar keek alsof het flikkerende zwaailichten waren.

"Oh hemel!" riep een van de deftige dames vanachter haar deftige tafeltje.

En dat was nu precies het tegenovergestelde van wat Chloe dacht.

Hoofdstuk 3

De toiletruimte was al net zo deftig als de rest van de taverne, maar ze was bij genade van de Heer gelukkig vrij van deftige dames toen Chloe er naar binnen stormde en haar met soep brandende bloes uittrok. De spiegel boven de wastafels was niet groot maar volstond om haar rood aangelopen borsten te inspecteren op stukjes gekookte pasta en roze zalm.

"Dat..." zei Chloe, tussen het koelte op haar borsten blazen door. "...was de druppel!"

De hele dag al probeerde de Heer haar te saboteren, terwijl ze de laatste tijd helemaal niet bijzonder veel of ernstig had gezondigd. Dat grapje over haar oma die altijd de verkeerde douchekraan opendraaide als ze in bad stapte? Was dat de reden dat ze nu hete soep van haar borsten stond te wassen in het toilet van een taverne waar ze over haar dachten (oh ironie!) als een zedeloze meid? Als dat het geval was, moest de Heer maar eens een gevoel voor humor bij zichzelf scheppen.

Dat hij dan maar meteen haar moeder deed, als hij toch bezig was.

"Alles dat ik vandaag wilde doen." zei Chloe, haar bh weer goed trekkend. "Was een kot zoeken!"

Misschien hadden de hervormers het bij het rechte eind, en werden vrouwen niet op waarde geschat binnen de familie van de Heer! Het leek er in elk geval wel op dat de Heer niet wilde dat ze ging studeren en haar hoofd vol kennis stak die niets met het huishouden te maken had. Hoe ondankbaar, als je wist dat ze haar hoofd vol wilde steken met zijn eigen Heilige Leer!

Maar wat kon een vrome meid doen, als de Heer toeliet dat ze snot in haar nek kreeg!

En als de pastoor van de kerk waarin ze op haar knieën valt, haar met zijn kruis achterna zit!

Om nog maar te zwijgen van een drievuldigheid van hete vissoep over haar bescheiden borst.

Indien ze van zin waren geweest om in deze achttiende zomer van haar leven nog een laatste spurt van groei in te zetten, dan hadden ze zich nu vast wel bedacht, de arme zieltjes!

"Misschien is het tijd om de handdoek in de ring te gooien." zei Chloe zuchtend.

De hele toestand was om te huilen, maar toch was het niet haar eigen gesnik dat ze hoorde.

In een van de toilethokjes klonk klein maar hartverscheurend snikken, en toen Chloe bezorgd over de rand van het hokje keek, zag ze een meisje van amper zeven jaar oud op het gesloten deksel van de erg nette toiletpot zitten. Haar ogen waren rood gehuild (nog roder dan Chloes arme borsten) en ze zag eruit alsof ze de wanhoop nabij was. Haar kleine handen waren echter nog steeds gevouwen in vrome en diepgevoelde hoop dat de Heer haar uit haar benarde situatie zou halen.

"Hallo kleine mus." zei Chloe. "Heeft de Heer jou vandaag ook in de steek gelaten?"

"Ja!" snikte het arme kind. "En mijn moeder ook; ze vergat mij mee naar huis te nemen!"

"In de steek gelaten door je moeder én door de Vader." zei Chloe meelevend. "Ik zal je helpen!"

Het snikkende kind vertrouwde zichzelf (bij gebrek aan beter) toe aan de hulp van Chloe, en ze wachtte geduldig bij de wastafels terwijl Chloe haar naar vissoep geurende bloes weer aantrok. Blijkbaar was ze samen met haar huidige moeder (de tweede nieuwe vriendin van haar vader) naar daar gekomen om een ijsje te eten, en was het vrouwmens daarna vertrokken zonder haar mee te nemen. Uit het zicht en op het toilet, was blijkbaar uit het hart bij die vrouw. De arme meid was er het hart van in dat ze was achtergelaten, temeer omdat ze deze stad niet kende en niet wist waar ze nu heen moest.

"Ik ben maar gaan wachten op het toilet." zei ze verslagen, en weer een beetje snikkend.

"Beter hier dan in de kerk." zei Chloe, en ze nam het verloren schaapje bij haar kleine hand.

Omdat ze geen betere plaats kon bedenken, besloot Chloe het kind naar het politiekantoor toe te brengen. Ze leidde het meisje naar buiten doorheen de keuken van de taverne, en dan de achterdeur. Ze hoopte op die manier de pastoor te vermijden, want ze wilde hem niet nog een reden geven om haar te achtervolgen.

Op het politiekantoor waren ze heel behulpzaam, en Chloe overhandigde het kind.

"Heel erg bedankt!!" zei het meisje, voor ze door een agent werd meegenomen.

Chloe keek het kleine meisje na tot de zware deur achter haar dicht viel.

Dan verzonk ze in gedachten, en sloeg na even haar ogen ten hemel.

"Goed dan." zei ze. "Ik neem aan dat als u die vent niet in mijn nek had laten snuiten, en als die trein niet had stilgestaan tot ik misselijk werd en omviel... dat ik dan niet naar de kerk was gevlucht. En ik neem aan dat als die pastoor niet met zijn kruis achter mij aan had gezeten, om mij te bekeren tot de onheerlijkheid van zijn eigen slaapkamer, dat ik dan niet naar deze taverne was gevlucht. En ik neem ook aan dat als mijn borsten niet op soep voor drie waren getrakteerd, ik niet naar de toiletten zou zijn gevlucht waar dat arme kleine schaap uit Uw kudde zat te huilen. Maar oh Heer! Als u nog een keer wilt dat ik een verdwaald schaapje naar het dichtstbijzijnde politiekantoor beng..."

Chloe vouwde haar handen en stak ze ten hemel.

"Oh Vader Die In de Hemelen Zijt... VRAAG HET DAN GEWOON!"

Na een kuchje van de politie-agent achter de balie, vulde Chloe wat papierwerk in.

De man achter de balie informeerde of ze ver van huis was (met een blik op haar visbloes) en toen hij hoorde dat ze op zoek was naar een kot, informeerde hij haar dat het gebouw tegenover het politiebureau meer dan honderd nagelnieuwe koten huisvestte. En dat, naar hij had gehoord, de prijzen redelijk waren en de kamers niet alleen nieuw maar ook comfortabel en modern.

Chloe sloeg andermaal haar ogen ten hemel, en mompelde een bedankje aan de Heer.

"Heel efficiënt van u." zei ze onder haar adem, voor ze zich van de balie afwendde.

"Excuseer?" vroeg de agent vanachter zijn computer, maar Chloe hoorde het niet.

Ze duwde de deur al open, en stapte vroom en vrolijk neuriënd de straat op.

© BJÖRN PEETERS Dit kortverhaal maakt deel uit van de OP KOT reeks van Peeters Bjorn en wordt gratis aangeboden aan de bezoekers van iKot.be. Alle personages, plaatsen en gebeurtenissen in dit kortverhaal zijn fictief; elke gelijkenis met echte personen, plaatsen en gebeurtenissen is toevallig. Alle rechten voorbehouden.